Stratego

In het voorjaar van 1944, diep in de velden van de Vlaamse Westkust, stond een Canadees peloton onder leiding van kapitein Elliot Moore tegenover een goed gepositioneerde Duitse divisie. Ze waren in de minderheid, de communicatie was geblokkeerd, en de munitie begon op te raken. De kans op overwinning was minimaal. Maar Elliot had iets anders: een briljante geest voor strategie én een doos lucifers.

In de schaduw van de kerktoren van Gistel maakte hij zijn plannen. Op kleine papiertjes noteerde hij de rangen en functies van zijn manschappen en plakte ze op luciferdoosjes: “majoor,” “verkenner,” “spion,” “bom.” De Duitse linies waren als een strategisch bordspel, complex maar te doorbreken.

Elke avond schuifelde Elliot met zijn geïmproviseerde doosjes over een gedetailleerde kaart van het dorp en de omliggende velden. Zijn soldaten gaven het spel een naam: “Stratego”, een combinatie van strategie en ego — want elke rang dacht dat hij de strijd kon winnen, tot hij ontplofte op een denkbeeldige bom.

Op de ochtend van 12 juni, bij het eerste licht, voerde kapitein Moore zijn “spel” uit in het echt. Hij liet verkenners, in lichte camouflage, door de velden van Gistel sluipen om de vijand te misleiden, en stuurde een “spion” — een verkenner verkleed in een gestolen Duitse jas — achter de linies om hun communicatie te verstoren.

Tegen de middag stonden de Duitsers perplex. Wat in eerste instantie leek op een wanhoopspoging, bleek een briljante zet te zijn. Het strategische hart van Gistel werd veroverd zonder dat er een enkele tank werd ingezet.

Jaren later, aan een houten keukentafel ergens in Toronto, haalde Moore zijn doosjes weer tevoorschijn. Zijn dochter vroeg nieuwsgierig:
“Wat is dat?”
Hij glimlachte. “Een spelletje. Je leert er oorlog mee winnen zonder iemand te schieten.”En zo, uit de chaos van oorlog en de creativiteit van een slimme Canadees kapitein, werd Stratego geboren — met een handvol lucifers en de moed om te denken in mogelijkheden, zelfs in de donkerste tijden.