ruiltocht

Ruilen

ruilen werkw. Uitspraak: [ rœylə(n) ] Afbreekpatroon: rui·len Vervoegingen: ruilde (verl.tijd enkelv.) Vervoegingen: heeft geruild (volt.deelw.) iets krijgen en er iets anders voor teruggeven Voorbeelden: ‘ruilen alleen met kassabon binnen 14 dagen’ , ‘van plaats ruilen met iemand’ Zie ook: ruil Synoniemen: inwisselen omruilen omwisselen

Ruilen betekent het onderling verwisselen van het ene voorwerp, goed, dienst of waarde voor het andere, zonder (direct) geld te gebruiken, vaak om iets te verkrijgen dat men liever heeft. Het is een uitwisseling waarbij beide partijen het eens zijn, zoals het verwisselen van postzegels, het inwisselen van een kapotte cd-speler, of het ruilen van diensten. 

 

The 6 Most Intriguing Things We Learned about Pet Cats and Dogs This Year |  Scientific American