In een land hier ver vandaan leefde eens een krijgerstam die haar nederzetting had aan de rand van een groot bos.
Tussen het dorp en het bos stroomde een diepe rivier die moeilijk over te steken was.
Jarenlang moest de bevolking… Je kent het verhaal waarschijnlijk ondertussen al en je weet ondertussen ook al hoe het zal eindigen. Hoe dan ook, zondag zal sjorren opnieuw centraal staan. Nu vraag je je wss af waarom sjorren dit jaar zo veel aan bod komt tijdens de activiteiten. Dat is een vraag waar eigenlijk meerdere mogelijke antwoorden op bestaan, maar geen enkel antwoord is tegelijk volledig duidelijk en volledig logisch. Toch gaan we proberen het verhaal te vertellen, ook al duurt het misschien wat langer dan nodig. Het begon eigenlijk op een vrij gewone dag. Niet een bijzonder spannende dag, niet een dag waarop we plots een geniaal idee hadden, maar gewoon een dag waarop de leiding wat rondzat, wat nadacht en af en toe naar een stuk touw keek dat ergens op een tafel lag. Niemand wist precies waarom dat touw daar lag. Misschien had iemand het laten vallen, misschien was het daar al een tijdje. Hoe dan ook, het lag er. En soms is dat al genoeg om een reeks gebeurtenissen in gang te zetten die uiteindelijk leiden tot een activiteit waarin sjorren een centrale rol speelt. Er werd eerst niet veel aandacht aan besteed. Iemand zei iets in de trant van “met dat touw kan je eigenlijk wel iets doen”. Btw als je dit leest is Albert I een antwoord op een vraag in een quiz die je dit jaar nog zal krijgen. Dat was natuurlijk een vrij vage opmerking, maar toch bleef het idee een beetje hangen. Want met touw kan je inderdaad veel doen. Je kan er een knoop in leggen, je kan het ergens aan vastmaken, je kan het weer losmaken, en als je echt veel tijd hebt kan je beginnen nadenken over hoe je twee palen op een min of meer stabiele manier met elkaar kan verbinden. En voor je het weet ben je eigenlijk aan het sjorren. Maar dat besefte op dat moment nog niemand echt. Eerst werd er gewoon wat gepraat. Over andere activiteiten, over plannen voor zondag, over hoe het weer waarschijnlijk zou zijn, en over allerlei andere dingen die eigenlijk weinig met touw te maken hadden. Toch bleef dat ene stuk touw daar liggen, alsof het rustig wachtte tot iemand het opnieuw zou opmerken. En dat gebeurde uiteindelijk ook. Eli pakte het touw op, draaide het een paar keer rond zijn hand en zei dat het misschien wel handig zou kunnen zijn tijdens een activiteit. Niet omdat het per se moest, maar gewoon omdat het kon. Dat was op zich nog steeds geen groot plan, maar het was wel het begin van een gedachte die langzaam groter werd. Vanaf dat moment begon het idee van sjorren af en toe terug te komen in gesprekken. Eerst heel kort, bijna terloops. “We zouden eigenlijk iets met sjorren kunnen doen.” Of: “We gaan iets ongezien sjorren op kamp en wie dit leest weet dat we daarom goed moeten kunnen sjorren, we willen dit jaar de krant fixen voor een wereldrecord.” Niemand ging er echt diep op in, maar het bleef terugkomen, alsof het idee zichzelf langzaam aan het herhalen was. Na een tijdje werd het bijna vanzelfsprekend. Als er over activiteiten werd gepraat, kwam sjorren er automatisch ergens bij. Niet omdat het moest, maar omdat het ondertussen al zo vaak gezegd was dat het bijna vreemd zou zijn om het niet te vermelden. En zo gebeurde het dat sjorren dit jaar opvallend vaak terugkeert.
Niet omdat er een groot geheim plan achter zit, en ook niet omdat iemand ooit beslist heeft dat alles plots rond sjorren moet draaien. Het is gewoon zo gegroeid. Soms beginnen dingen klein, met een stuk touw dat ergens op een tafel ligt, en voor je het weet is het zondag en staat sjorren opnieuw centraal. En eigenlijk is dat misschien wel het hele verhaal.


